Home‎ > ‎

de Lipizzaner

 
Na vele jaren van bewonderen op vakantie in Oostenrijk, klom ik in 1997 voor het eerst zelf op de rug van een Lipizzaner, in Nederland wel te verstaan. Het was de bruine Sava XIII en ik was meteen verkocht.
De Lipizzaner is een bijzonder paard, mijn vriend, mijn passie. Mooi om naar te kijken, geweldig in de omgang en een plezier om mee te werken. Mijn eerste eigen paard kon dan ook niet anders dan een Lipizzaner zijn. Sinds november 2001 is van mij Capriola M, een Lipizzaner merrie geboren 14-5-1994 vanuit de Hongaarse zwarte merrie Capriola M en de Piber schimmel hengst Conversano Nima. 
 
Jammer genoeg zijn er in Nederland maar weinig raszuivere Lipizzaner paarden en dat maakt mij nog trotser een exemplaar in mijn bezit te hebben. Ik heb het geluk gehad deze merrie eerst een poos te mogen rijden alvorens ik besloot haar te kopen. Het bleek een heel lief en vooral aanhankelijk paard, een beetje met gebruiksaanwijzing omdat Lipizzaners een eigen karakter en veel persoonlijkheid hebben, maar inmiddels ze gaat voor me door het vuur.  
Lipizzaners zijn karakterpaarden omdat ze zich moeilijk laten dwingen maar wel graag met je meewerken als je het aan ze vraagt. Een Lipizzaner is leergierig, dapper en ze zijn allround inzetbaar. Naast het in Nederland voornamelijk recreatief gebruik lopen een aantal Lipizzaners in de mensport op het allerhoogste niveau mee. Vierspan rijder IJsbrand Chardon rijdt sinds kort met Lipizzaners, maar Nederlands Kampioen Tandemrijder Han Gankema en tweespan rijder Saskia van Heesch starten al heel wat jaren met hun Lipizzaners in de internationale klasse. Daarnaast zijn ze natuurlijk uitermate geschikt voor de dressuur.
Zelf doe ik alles met mijn Lipizzaner Capriola. Zo loopt ze voor de koets, werk ik aan de lange teugel en rijdt ik haar onder het zadel. Dit laatste zowel dressuurmatig als recreatief door de bossen, maar ook heel serieus in de hindernissen van een Working Equitation parcours.  Met een Lipizzaner kun je alles.
  

 

Capriola en ik mei 2011


 

GESCHIEDENIS

Zoals Frank Westerman in zijn boek 'Dier, boven dier' al quote:"
"Raak je een Lipizzaner aan, dan raak je de geschiedenis aan"
In het Europa van de 16e eeuw was alles anders geregeld dan nu. De adel maakte de dienst nog uit en heerste over de bevolking. Waarden en normen lagen anders. Oorlogen werden uitgevochten met slagwapens en lichte vuurwapens, op kleine oppervlakten, met wendbare paarden. De adel kon slechts heersen door indruk te maken. Een middel daartoe was het gebruik van indrukwekkende paarden, zowel onder het zadel, als voor het rijtuig.
Ieder zichzelf respecterend vorstelijk hof hield er in die tijd dan ook een uitgebreide stal op na, met grote hoeveelheden paarden, bij voorkeur met Spaans bloed. In het grote Habsburgse rijk besloot men in de 16e eeuw ook een eigen fokkerij van Spaanse paarden te beginnen, ook om niet steeds maar heel Europa te hoeven afreizen, op zoek naar goed bloed.

In het jaar 1562 werd de hofstoeterij in Kladrub (Bohemen) opgericht. In 1580 werd van de bisschop van Triëst een landgoed te Lipizza aangekocht om in de Karst paarden te gaan fokken. In het volgende jaar werden verschillende hengsten en merries in Spanje aangekocht en naar de pas gebouwde stoeterij gebracht. Behalve van Spaanse hengsten maakte men gedurende de ontwikkeling en stabilisering van het ras ook veelvuldig gebruik van paarden die in het Iberische type stonden maar elders gefokt waren op vergelijkbare (hof)stoeterijen uit geheel Europa. Van de fokkerij van keizerlijk Lippiza zijn een zestal hengstenlijnen overgebleven. Allemaal voeren deze terug op stamvaders uit het eind van de 18e, begin 19e eeuw.
Vijf van deze hengsten waren van het barokke, Iberisch type. Dit waren:
Conversano (Neapolitaner, 1767),
Maestoso (Spaans, geb. Kladruber, 1773)
Favory (Kladruber, 1779),
Pluto (Deens, geb. Frederiksborg, 1765)
en Neapolitano (Neapolitaner, 2000).
De zesde stamvader was de Arabische hengst Siglavy (1810).

Dan zijn er nog 2 lijnen te weten Tulipan uit voormalig Joegoslavië en Incitato uit Hongarije welke aldaar voor de Lipizzaner fokkerij ingezet werden.
De Lipizzaner dankt zijn naam aan het plaatsje Lipica. De verschillende schrijfwijzen van Lipica (Sloveens), Lippiza (Duits) en Lipizza (Italiaans) hebben gezorgd voor een waar probleem wat betreft de schrijfwijze van 'Lipizzaner' / 'Lippizaner'. Tot mijn spijt heeft het Nederlandse 'Groene Boekje' de spelling niet correct opgenomen en hanteert de schrijfwijze Lippizaner. 
Echter, sinds 1920 is de officiële internationaal gehanteerde naam: Lipizzaner



Capriola tijdens een fotoshoot mei 2011
 

Van oudsher heeft de stoeterij van Lipica, vervolgens die van Piber, ervoor gezorgd dat het karakter van de Lipizzaner behouden bleef: intelligent, met een buitengewoon goed geheugen en gemakkelijk af te richten ondanks zijn onstuimigheid. 
De Lipizzaner heeft veel van de trekken van zijn Spaanse voorouders behouden: een vrij mooi, goed geplaatst vriendelijk hoofd met een veelal gekromd voorhoofd; een ruime ronde hals, een gedrongen lichaam met een lage schoft en ook een vrij laag achterdeel. Het Piber type is vrij klein met zijn gemiddelde stokmaat van 1.50 m maar andere Lipizzaner-typen kunnen tot een stokmaat van1.60 m komen.
De meest voorkomende kleur is schimmel, al komt bruin en zwart ook een enkele keer voor. Zoals bijna alle schimmels hebben de Lipizzaner veulens bij hun geboorte een donkere kleur. In de 1e weken van hun leven zijn ze bruin, zwartbruin of muisvaal
Bij iedere haarwisseling, in het voorjaar en in de herfst, worden ze lichter van kleur. De 1e haarwisseling begint na 3 of 4 maanden. Vaak ontstaan op de huid grijze eilandjes, eerst bij de ogen, dan aan de rest van het hoofd. De donkere haren op de benen en in de manen en staart verdwijnen meestal het laatst. Pas tussen het 4e en het 10e levensjaar is de Lipizzaner helemaal wit. 
De schimmelkleur domineert bij de Lipizzaners. In landen als Hongarije en het voormalig Joegoslavië geeft met de voorkeur aan de donkere kleur.
Nog altijd is het traditie dat zich onder de Hoge School hengsten zich tenminste 1 bruine bevind. Een bruine gefokt uit 2 schimmel ouders brengt het geluk op de stoeterij. Op dit moment zijn er 3 bruine hengsten op de Spaanse Rijschool gestald.



De Spaanse Rijschool

Om dekhengsten te selecteren voor de stoeterij werden deze beproefd in de beroemde Hofrijschool te Wenen. De merries werden grotendeels voor de wagen uitgeprobeerd. Daarnaast kregen de kwaliteitsvolle Lipizzaners snel de taak van rassenverbeteraar in de militaire en burgerlijke fokkerij. In 1572 werd in Wenen de Spaanse Rijschool opgericht als rijschool voor de adellijke jeugd. Ook werden hier de paarden voor de parades en ceremonies getraind. De Hoge School sprongen die nu nog door de Spaanse Rijschool uitgevoerd worden zijn afgeleid van bewegingen die de paarden in de vrije natuur ook tijdens hun gevechten laten zien. De sprongen werden tijdens de veldslagen gebruikt en waren behoorlijk angstaanjagend voor het voetvolk. Enkele oefeningen die gebruikt werden zijn de Courbette en de Capriole. Als jonge hengsten met 5 jaar worden aangewezen voor gebruik in de Hofreitschule, staat hen een lange opleidingstijd te wachten. Pas na zo'n 8 jaar (de Lipizzaners zijn dan ong. 13 jaar oud) bereiken ze het hoogste niveau, waarna een jarenlange verfijning en verbetering plaatsvindt. Door de zorgvuldige opbouw kan een paard lang mee, hengsten van 25 in de rijschool zijn geen uitzondering.


Gedurende verschillende oorlogen werden de Lipizzaners geëvacueerd. De eerste keer tijdens de Napoleontische oorlogen in 1796 en later. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd het paardenbestand van Lipica overgebracht naar het Oostenrijkse Piber bij Köflach, mede onder invloed van de ontwikkelingen aan het westelijke Isonzofront. Na de Eerste Wereldoorlog keerde in het kader van de Oostenrijks-Hongaarse successie een deel naar het inmiddels door Italië bezette Lipica terug. Sinds de evacuatie van lippizaners uit Lipica naar Piber in 1915 worden er lippizaners gefokt.
Na het uiteenvallen van de Donaumonarchie na de Eerste Wereldoorlog werd het grote rijk dat ooit het Habsburgse Rijk was, opgedeeld in verschillende kleinere landen. In ieder van deze landen kende men van vroeger een traditie in het fokken van Lipizzaner paarden. Deze traditie werd na de herverdeling van Midden-Europa voortgezet. En zo kan het dat er heden ten dage Lipizzaners gefokt worden op grote stoeterijen in: Oostenrijk, Hongarije, Roemenië, Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Servië en Slowakije. Bovendien ook nog in Italië.



Ook in Nederland worden Lipizzaners op kleine schaal gefokt. De Lipizzaner is naar onze huidige maatstaven een klein paard. De ideale stokmaat van een Lipizzaner ligt tussen de 1.54 en de 1.58 meter. Ze zijn echter prima in staat om volwassenen te dragen en door hun barokke bouw ook geschikt voor de langere personen. Wil je eens kennis komen maken met de Lipizzaner?
Dan ben je uiteraard van harte welkom!




 




 


 
Subpagina''s (1): Wie is Capriola